Sunday, October 9, 2011

Bali 19/08/2011

De avond ervoor hebben we besloten naar de kunstdorpen van Bali te gaan.

  1. Celuk (zilver)
  2. Batuan (schilderen)
  3. Mas (houtsnijwerk)
Daarom bestel ik 's ochtends een vrij ongewoon ontbijt: noedels met Tofu (Japans ontbijt) en een spiegelei. Hiermee zou ik de dag moeten kunnen overleven.

's Ochtends onderhandelen we met een groepje Balinese chauffeurs. Eén onderscheidt zich door zijn sympathiek gezicht en hij zal onze chauffeur worden voor de rest van de reis: Made geschreven maar Maddi uitgesproken.

Hij zet ons eerst af bij een ongelooflijk dure en grote zilverwinkel waar trossen toeristen worden gedropt. De slimmerd heeft uiteraard een percentage commissie. 


De overkant oogt een pak minder met aftandse tapijten en glazen togen die lang geleden opgepoetst werden en waar we voor een habbekrats gelijkaardige zilverwerk kunnen kopen.

Maddi troont ons mee naar een achteraf ateliertje waar een Nederlands sprekende  man met ellenlange duimnagels zichtbaar aantoont dat hij niet moet werken. Een variant van het Afrikaans "dik zijn". Hij is er nog fier op ook op zijn nagels. Ze zijn bikkelhard geeft hij aan. Dat wil ik best geloven maar ik vraag me af hoe je zo kunt leven, laat staan slapen.


Mas: beelhouwersdorp met honderden ongelooflijk mooie beelden. Een prachtige Kwanyin voor 1250 $ en zelfs met de helft te kunnen afbieden nog steeds te diep voor mijn beurs. Ik moet de mij volgende verkoopster helaas teleurstellen (en waarschijnlijk Maddi ook die hier weer een percentje commissie zal hebben).

We rijden naar een "Boeddhistische cave" (jawel grot) waar het binnen ongelooflijk vochtig en verstikkend aanvoelt. Het plein vóór de Boeddhistische grot wordt geflankeerd door 2 rijen van toeristische winkeltjes. Ik ontwaar een houtsnijwerkwinkeltje. Een oude man met een sikje bezit een prachtige uitgesneden Kwanyin. Eénmaal poog ik af te bieden maar ik zie er direct vanaf. Voor een Boeddhistisch beeld bied je niet af en zeker niet voor eentje waar het geduldige snijwerk ervan af spettert. Last but not least, Kwanyin, het symbool van mededogen eist zonder meer mijn mededogen voor de sympathieke oude koper. 75 €, een habbekrats voor een dergelijk uniek snijwerk. Daar koop je thuis nog geen afkooksel van.


De schors zie je hier en daar nog alsof men wil aangeven dat je, de ruwe bast wegwerkend, het zachte innerlijke verkrijgt. En niet te vergeten de draak die uiteindelijk bedwongen wordt door het allesdoordringende meevoelen met alle levende wezens.

De Boeddhistische grot bevat een in de diepte verdwijnende prachtige jungletuin. 


Een Hindu-priester doet ons zogenaamd bidden, sprenkelt heilig water over onze hoofden en vraagt natuurlijk geld. Als geloof kan dat natuurlijk weeral tellen.



No comments: