Showing posts with label zen. Show all posts
Showing posts with label zen. Show all posts

Thursday, December 29, 2011

Mijn Stervensuur - Oproep om Volledig Te Leven

één traan voor een te vroeg afgebroken liefde
zal in mijn stervensuur
schitteren in een verre uithoek van mijn oog
en zachtjes mijn wang strelen
en in gedachten zal ik haar naam uitspreken
- en wie weet –  misschien uitschreeuwen
met deze laatste haiku’s in gedachten

plots verliet je me
maar desondanks verblijf je
nog steeds in mijn hart

alleen maar bij jou
voelde ik in dit leven
vlinders in mijn buik

dan wil ik dat men weet
dat dit laatste uitgesprokene
een poging is 
om al het onafgemaakte in mijn leven
voor eens en voor altijd recht te zetten

mocht ik komen te sterven
dan wil ik volledig opgaan
in de ogen van mijn Grote Geliefde
in het volste vertrouwen
dat wat komt


niet de Grote Duisternis is
maar het Uiteenspattende Grote Licht
waarbij ik de ankers
van lichaam en geest
voorgoed achter me laat
en bodemloos diep vallend
me vol vertrouwen overlever
aan mijn Oerbron die mij roept
om mijn Pad elders verder te zetten


en mocht ik ondanks dit alles
in mijn stervensuren
doodsangsten uitstaan
en schreeuwend, vloekend
en van me afschoppend
in afgrijzen de Grote Duisternis inglijden
dan hoop ik dat dit sterven
een uitnodiging wordt
voor alle anderen
om reeds in dit leven
vrede te vinden in de Grote Dood

gedicht anno 2002

Wednesday, November 16, 2011

Vertrouwen en Overgave in Zen


Hieronder vind je het uitgebreide artikel dat ik geschreven heb voor het tijdschrift "Inzicht".
Het artikel in "Inzicht" is veel korter en werd door de redacteur geredigeerd.

Ik herinner het me nog alsof het gisteren was. Daar stond ik als vijfjarige voor het eerst, alsof ik vanop de top van het Empire State Building neerkeek, aan een reling in Leysin (Zwitserland). De aanblik van de besneeuwde bergen en de witte vallei dreigde me volledig op te slokken. Ik deinsde terug op de drempel en was ontzettend bang mezelf te verliezen en sloot me direct af. Ik kon het gewoon niet aan als vijfjarige. De onverwachte aanblik en grootsheid deden me letterlijk en figuurlijk duizelen. Het drong mijn hoofd binnen en ik was te bang om het toe te laten. De bergen zouden me volledig verzwelgen en ik zou mezelf niet meer kunnen terugvinden. Compleet en volledig verdwenen in die onmetelijk witte ruimte en dus reddeloos verloren.

Wist ik toen veel dat ik me volledig overgevend zou kunnen terugvinden als niemand en dus vol ledig, een ervaring waar reeds eeuwenlang mystici over spreken. Decennia later begreep ik Douglas Harding toen hij in zijn boek "On having no Head" zijn gelijkaardige ervaring beschreef die hij in de Himalaya had.

Het verschil? Hij ging de drempel over, ik deinsde terug. Hij verdween, ik bleef. 

Niettemin ietsje later brak een lichtflits (van de Mount Blanc nota bene) mij volledig open. Het nam bezit van me, opende de ruimte en ik gleed de tijd- en ruimteloosheid in, tot de stem van de dokter me terug in het hier en nu trok.

Het onvoorziene, ondoordachte en onverwachte van een dergelijke gebeurtenis geeft onweerlegbaar aan dat je Het niet kunt bewerkstelligen, oproepen, verdienen, betrachten. Het valt buiten de invloedsfeer van de wil. Kortom, Het overvalt je.

En wanneer de Grote Overvaller plotseling de ommuring van de versterkte burcht die "Ego" noemt, compleet inneemt en met de eerste aanvalsgolf de muren sloopt, blijft er geen spaantje Ego meer over. De bekrompenheid en ingeslotenheid van de burcht heeft plaats gemaakt voor de allesomvattende omgeving. Het Ik heeft de plaats geruimd voor het Al.

Wanneer Het zich aanmeldt, kun je 2 richtingen uit. Ofwel verzet je je maximaal tegen dit Het, ofwel geef je je er volledig aan over. Totale overgave vereist evenwel vertrouwen om onszelf compleet los te laten en over te leveren. Er is een drempel waar ik me nog kan tegenhouden, maar eens de drempel overschreden ben ik volkomen hulpeloos overgeleverd aan de val in het Ongewisse. Het Ongewisse is het ongewetene, het Ongekende. De drempel overschrijden vereist vertrouwen, oervertrouwen dat de val uiteindelijk een bodem kent. Zoals deze haiku het uitdrukt:

in de leegte valt
elk herfstblad vertrouwend op
de dragende grond

"Overgave" wordt steeds vergezeld door "Vertrouwen". Ze lopen hand in hand en worden gekenmerkt door volledige ontspanning en aanvaarding van wat zich aanmeldt. Het is aan het bewuste willen en betrachten een halt toeroepen, de controle volledig achter je latend.

In de zen-praktijk zitten we stil. In dit stilzitten geven we ons over aan het stil zitten. Het wezenskenmerk van overgave is dat het een act is die nooit vanuit onszelf met bewuste wil kan starten. Ik kan me niet gewild overgeven zoals ik niet gewild verliefd kan worden. Het overvalt me. Elke wilsbetrachting werkt averechts.
Er is evenwel een eerste stap die ikzelf zet maar waar ik nadien volmondig moet toegeven dat ik er niets aan kan toevoegen om Het te bewerkstelligen. De eerste stap is de wil om te gaan zitten. Nadien houdt mijn invloedsfeer op. Ik heb geen idee of dit stilzitten uiteindelijk zal leiden tot waarlijk stilzitten. Wanneer het zuiver stilzitten wordt, ben ik me daar niet van bewust. Elk bewustzijn dat ik zou hebben dat "ik zuiver zit", is een retrospectieve gedachte die het stilzitten ogenblikkelijk neutraliseert en boycot. Alleen wanneer ik volledig samenval met dit stilzitten verdampt het Ego en ben Ik verdwenen. Alles verdwijnt en de normale zittijd van 30 minuten verschrompelt soms tot een psychologische tijd van 5 minuten. Waar was ik? Wat is er met de tijd gebeurd?

Zo wordt de zen-praktijk een oefening waarbij we leren te aanvaarden, bewust te worden en los te laten. Maar bij het loslaten moeten we nog een niveau dieper of verder gaan en ook het willen loslaten loslaten. We geven ons m.a.w. volledig over aan elk moment zoals het zich aandient: geen gevoelens hebben is oké, wel gevoelens hebben is oké, geen gedachten hebben is oké, wel gedachten hebben is oké, geen rust vinden is oké, wel diepe rust voelen is oké. Alles is oké. Het is zelfs ook oké wanneer het niet-oké is. Zelfs willen en betrachten is ook oké.

Zolang er een “ik” is dat iets wilt, krijg je de onoverbrugbare breuk tussen enerzijds de oever van “controle” waar het “ik” nu staat en de andere oever “overgave” waar geen “ik” meer is. Zonder “ik” blijkt er geen oever te zijn, laat staan een brug. De andere oever is deze oever, als we dat maar wisten.

mocht men echt beseffen
dat er op aarde
voldoende geld en voedsel is
voor iedereen
het zinloze najagen van de horizon
zou plaatsmaken
voor het groene gras
aan déze kant van de oever
het gevecht naar “meer”
zou eindigen
in de vrede van “genoeg”

Een grote leermeester in zen is de pijn die onvermijdelijk opborrelt na langdurig zitten. Jawel, ook bij Oosterlingen zoals Japanners, Chinezen, Koreanen... Hoe gaan we ermee om? Als metafoor voor de moeilijkheden in het leven die we kunnen tegenkomen, kan het tellen. Vechten we tegen de pijn of geven we ons eraan over? Mijn ervaring is dat elke betrachting om de pijn te verzachten net het omgekeerde effect heeft omdat we de spieren op één of andere manier verkrampen als vergeefse poging om de pijn weg te jagen. Overgave door acceptatie maakt het mogelijk om ons te ontspannen waardoor de pijn vermindert. 

Let wel, en laat ons realistisch blijven, elke persoon heeft zijn maximale pijntolerantiedrempel (een prachtig woord voor de scrabble) die niet zomaar consequentieloos overschreden kan worden. Hier wil ik toch verwijzen naar de laatste woorden van de Boeddha: "Wees een lamp voor jezelf." M.a.w. zorg goed voor jezelf.

Zen-meditatie als oefening waarbij we leren los te laten, kan ook - 180 graden omgedraaid - gezien worden als de volhardende dagdagelijkse oefening om extreem te willen. Zo extreem willen dat uiteindelijk de grens van volhouden wordt overschreden en we niet anders meer kunnen dan opgeven. Zoals je iemand kunt vragen krampachtig met alle macht een vuist te maken en dit extreem geperst vol te houden totdat je niet anders kunt dan opgeven waardoor de vuist zich ontspannen opent. Opgeven is de bron en het geboortemoment van overgave. Overgave kan evenwel nooit een opgave zijn. Ik herhaal: “je kunt je niet inspannen om verliefd te worden”. En je kunt je ook niet inspannen om ontspannen te geraken.

Als het geen opgave is, wat is het dan wel? 
Een onverwacht geschenk!

Een proces, gebeurtenis, woord, gebaar, activiteit... kan zo overdonderend zijn dat het het “ik” wegblaast omdat een zin, een gebaar, een situatie, een... je volledig grijpt bij je nekvel en je zelfs compleet overspoelt. Jij hebt er geen greep meer op want het grijpt jou. Hiervoor moeten we bodemloos vertrouwen hebben dat “ het geen greep meer hebben” juist de ingangspoort is tot de totale vrijheid en vreugde. Je wordt gegrepen en je verliest alle houvast. Maar alle houvast verliezend word je gedragen door iets wat sterker is dan jezelf en jezelf overstijgt. Je kunt het benoemen met allerhande termen en benamingen. Sommigen noemen het hemels. Anderen noemen het goddelijk of Genade. In zen-termen spreekt men over Tariki of “Andere Kracht” die je overspoelt en het “ik” begraaft onder een laag van... (laat ons soms de dingen maar beter niet benoemen).

Ditzelfde doet zich voor bij de koan-praktijk. Niet jij kunt de koan begrijpen. Dit is de ongewilde eerste reflex waarbij we met ons denken proberen het antwoord op een koan zoals - ik zeg maar wat voor de vuist weg - "wat is de kleur van God" te pakken te krijgen. Je kunt het niet te pakken krijgen. De koan pakt jou uiteindelijk. Het laat je in het begin alle kanten van je geest zien totdat je het verstandelijk opgeeft want het antwoord is niet jouw antwoord maar de koan die zichzelf beantwoordt. De koan is letterlijk onbegrijpelijk want ongrijpbaar. Uiteindelijk slokt de koan je verstand op en stijgt er onverwacht een antwoord op. Wat ikzelf hieruit leer is meer en meer te vertrouwen op mijn aangeboren intuïtie en ondoordacht handelen.

Wanneer je volledig gegrepen wordt, word je 'vol-ledig'. Het “ik” is compleet uitgehold en een Kracht groter dan jezelf neemt het over. Het is zoals een mysticus ooit zei:"Slechts wanneer ik van binnen volledig leeg ben kan God binnenkomen." Je wordt 'enthousiast'. Enthousiast: een prachtig woord afkomstig van het oud-Grieks dat betekent “God in Jou” (“en” betekent “in” en “thous of theos” betekent “god”). Het Goddelijke Vuur brandt in jou. Gegrepen heb je het niet kunnen aansteken en kun je het ook niet doven. HET gebeurt buiten je wil om en je kunt het alleen maar ondergaan.

De allereerste kus

door jouw ogen
werd een licht in me geboren
ogenblikkelijk uiteenspattend
versplinterde het me volledig

ik werd vol ledig
samenvallend met het bodemloze Niets

versmolten in de handeling
verdween jij samen met mij
in
de oneindige ruimteloosheid
en de voortdurende tijdloosheid

jou aanrakend
raakte ik de Oneindigheid aan

Meegesleurd door de draaikolk geef je je volledig over aan de trekkrachten waardoor je in de diepte meegezogen onder water moeiteloos van de draaikolk kunt wegzwemmen. Van zodra het “ik” weer opdaagt en commentaar heeft op het gebeuren eindigt overgave ogenblikkelijk. In het voorbeeld van de draaikolk zouden we paniekerig met onze armen beginnen molenwieken waardoor we vergeefse moeite genereren en uiteindelijk vermoeid letterlijk en figuurlijk het onderspit delven.

Hier wordt duidelijk dat in dit zich overgeven accepteren een belangrijke voorwaarde vormt. Kunnen we ook hier een niveau dieper gaan en ook het niet-accepteren accepteren? Kunnen we accepteren dat ons leven zoals het nu is goed is zoals het is? Zelfs wanneer we het einde van de tunnel niet zien? Hoe meer we dit kunnen hoe meer we ons kunnen overgeven aan elk moment zoals het is. Je leeft een leven vol overgave.

Niet verwonderlijk dat in de 10 zen-plaatjes van de os van Kakuan (die de ontwikkelingsfasen van een zen-leven uitbeelden) het laatste plaatje die van de zen-meester(es) is die op het marktplein staat en daar het volle leven leeft niet gehinderd door wie of wat dan ook. Temidden van het gejoel en de kleuren en de wriemelende massa staat h/zij daar en gaat volledig op in het drukke marktleven en leeft zijn/haar eenvoudige leven.
Let wel dat de voorgaande paragrafen omtrent accepteren helemaal geen vrijbrieven vormen om alles te accepteren zoals het is en wat men soms in bepaalde zen-kringen ook vrij dogmatisch propageert: “Het is wat het is. Laat de zo-heid de zo-heid zijn. En accepteer het hier-en-nu zoals het is.”

Daar, tegenover alle onrecht schreeuw ik uit dat het niet is wat het is en als ik het kan, schop ik het weg en verander ik het ogenblikkelijk (voorzover ik kan en met mijn gehele inzet). In dit schreeuwen accepteer ik een onbedwingbaar opborrelen van emoties en laat ik mijn vrijheid de vrije loop. Ik wil niet accepteren wat Corby Schapelle is overkomen in Bali. Nooit! En ik zal er alles aan doen opdat gerechtigheid zal geschieden.
Mijn lachen wil men wel zien. Maar mijn schreeuwen en tieren? Een munt heeft twee zijden en we willen doorgaans alleen maar de mooie kant zien: overgave aan het goddelijke, overgave aan het wonderlijke. Ja, mooi ... maar OOK overgave aan woede, verdriet, verzet, ... 

We kunnen onmogelijk onszelf voor de helft qua gevoelens amputeren. Een leven vol overgave omvat overgave aan alle kleuren, geuren, mensen, dieren, gevoelens, gedachten, ... Het is alles wat je doet zoals een kind speelt, volledig opgaand in het spel. Maar het is ook je overgeven aan bvb. het opborrelende verdriet en de tranen tranen laten zijn.

spontaan rolt een traan
uit niets tevoorschijnspringend
en streelt zacht mijn wang

Een leven vol overgave zou ook wel eens kunnen betekenen dat je je gave “overgeeft”, dat je meer van je gave geeft dan wat de goegemeente normaal van je verwacht. Me volledig gevend zonder een richting of doel uit te willen in het hier en nu overstijg ik mezelf: de woorden vallen spontaan uit de pen, het artikel schrijft zichzelf, het schilderij schildert zichzelf, in de speech vallen de woorden als vanzelf van de tong, gedachten denken zichzelf. En zoals iedereen die gegrepen werd, weet, gaat het proces zijn eigen gang en bijna altijd in de richting(en) die je niet verwacht had en soms of doorgaans ook niet gewild had. Dat is het wonderlijke en het totaal autonome van het Proces. 

HET gaat zijn eigen richting uit en je kunt alleen maar meedrijven zoals een herfstblad zich verzetloos laat meevoeren met de stroming. Je kunt je natuurlijk ook verzetten maar dan stremt het proces en ben je bijna letterlijk een sta-in-de-weg om te laten gebeuren wat moet of wil gebeuren.

Laat ik als afsluiter toch het ontroerend verhaal vertellen van een zen-vriendin wiens moeder op merkwaardige wijze stierf. Als getuigenis van overgave en vertrouwen kan het een lichtbaken zijn voor ons allen. Haar moeder stierf met een grote glimlach en met open armen alsof ze de andere zijde verwelkomde en zonder vrees dit leven wou en kon achterlaten, zichzelf volledig overgevend en loslatend. Daarom ook dit slotgedichtje:

mocht ik komen te sterven
dan wil ik volledig opgaan
in de ogen van mijn Grote Geliefde

in het volste vertrouwen dat wat komt
niet de Grote Duisternis is
maar het Uiteenspattende Grote Licht
waarbij ik de ankers
van Lichaam en Geest
voorgoed achter me laat
en bodemloos diep vallend
me vol vertrouwen overlever
aan mijn Oerbron
die mij roept
om mijn Pad elders verder te zetten

en mocht ik
ondanks dit alles
in mijn stervensuren
doodsangsten uitstaan
en schreeuwend, vloekend en van me afschoppend
in afgrijzen
de Grote Duisternis inglijden

dan hoop ik dat dit sterven
een uitnodiging wordt voor alle anderen
om reeds in dit leven
vrede te vinden
in de Grote Dood

Ik wens hier elke lezer zijn/haar leven te kunnen leven in volle overgave voor wat zich aandient en in het volle vertrouwen dat uiteindelijk "alles goed komt".





Wednesday, September 21, 2011

Het mededogende web van Indra - The compassionate Web of Indra

de ochtend jaagt
in het lommer
op schaduw en duisternis
en veegt ze onvoorwaardelijk uit
allesdoordringend

de meditatie jaagt
zelfs in grootste duisternis
op onwetendheid en bedrog
en veegt ze onvoorwaardelijk uit
allesdoordringend

mededogend is de ochtend
met goud in de mond

mededogend is de meditatie
met zelfs modder in de mond


het voort-durende niet-weten
en stilzitten zonder meer
borduurt spinnewielend
ongemerkt in het hart
een ragfijn onzichtbaar
touwtje
dat alles met alles verbindt

onvoorwaardelijk en allesdoordringend

Monday, August 1, 2011

An Owl - Een Uil

deze zomernacht
heeft een uil mij de dharma
uitgelegd: oe - hoe !

now this summer night
an owl explains the Dharma
simply with: oe-hoe !

Friday, June 17, 2011

Haiku- Mondo Meester-Leerling: Krekels - Master-Pupil: Crickets


 
Leerling:
“Is dit zen-ritueel
van sutra’s reciteren
niet onnatuurlijk?”


Meester:
“Luister, de krekels
reciteren hun sutra’s
voor verre sterren.”


Leerling:
“Hoe kun je zeggen
dat hun geluid zo ver draagt?
Je hoort ze amper!”


Meester:
“Zie zelf, elke ster
gloeit bij het aanhoren van
dit krekelgezang.”


Leerling:
“Het is andersom!
De krekels zingen omdat
de sterren gloeien!”


Meester:
“Intens verbonden
zonder oorzaak noch gevolg
sterren en krekels.”


Meester van de meester:
“Jazeker, meester,
zo doen sterren en krekels.
Maar wat ga jij doen?!”



Pupil:

Is this zen ritual
reciting those sutras
not unnatural?

Master:

Remember crickets
reciting their own sutras
for far away stars

Pupil:

How can you still claim
their chirping reaching the stars
you hardly hear them

Master:

Well, look for yourself
each star glowing brilliantly
hearing this chirping

Pupil:

It's the other way !
the crickets are chirping
because stars glow

Master:

deeply connected
beyond cause and effect
crickets and all stars

master of the master:

Yes indeed, master
behave accordingly
what will you do now?


Wednesday, June 15, 2011

Lonely connectedness - Eenzame verbondenheid

 the night grows

just one star
in the cloudless sky

how can I persist
feeling lonely
in this hospital room?


de nacht groeit

aan de wolkenloze hemel
prijkt maar één ster

hoe kan ik me dan
nog eenzaam voelen
op deze ziekenhuiskamer?

Tuesday, June 14, 2011

Intermezzo: inleiding tot de haiku (Dutch only)



Er is maar één ogenblik waarin we leven en dit ogenblik is altijd het hier en nu. Het jammere is evenwel dat we geneigd zijn dit ogenblik geen blik waardig te gunnen omdat we erover zien. En dit erover zien, ontstaat doorgaans door een soort chronisch dagdromen dat ons voortdurend achtervolgt zonder dat we het in de gaten hebben: ons eigen eigenste denken. Er over zien is denken, een waas dat we voortdurend in ons hoofd optrekken. We leven vrijwel steeds in onze gedachten en daardoor in het oprakelen van het verleden en het plannen in de toekomst waardoor we letterlijk en figuurlijk uit het oog verliezen wat zich vlak voor onze ogen afspeelt.

Een mooi voorbeeld hiervan vormt het gedichtje “het klooster van Drongen”.

Hoewel we dus vrijwel steeds denken, leven we toch gedachtenloos en is ons denken levensloos. Tussen het denken door schiet de buitenwereld soms binnen. Je ziet de werkelijkheid eventjes zonder vervorming, glashelder maar vluchtig en alles sluit zich terug. Wat we, in het doorbreken zien, is het sprankelende van het oorspronkelijke, het wonderbaarlijke van het alledaagse, het frisse, onuitputtelijke, oneindige, onuitspreekbare van dit kleine moment…

Haiku’s zijn korte neerslagen van ervaringen, vingerwijzers die de richting aangeven waar het denken een kortsluiting kende. Het zijn feitelijk “poortloze poorten” omdat we de onzichtbare drempel van het niet-denken overschreden hebben. Oorspronkelijk in Japan ontwikkeld, is een haiku een geconcentreerde vorm (“kleine gedichtjes”) van een bepaalde belevenis, zintuiglijke indruk, gemoedsgesteltenis, herinnering uit het verleden …

Overtollige, nietszeggende woorden, die een gedicht zouden kunnen opvullen zonder evenwel iets wezenlijks toe te voegen, worden meedogenloos verwijderd. Men tracht dus deze nietszeggende woorden te vermijden en eventueel te schrappen.

5
Één, twee, drie, vier, vijf
7
Meelezend tel je zeven
5
En nu weer die vijf

Dit is het haiku-corset bestaande uit 3 zinnen, respectievelijk gevuld met 5, 7 en weer 5 lettergrepen.

Het is helemaal niet gemakkelijk om een ervaring in het haiku-corset van slechts 17 lettergrepen te krijgen zonder dat de essentiële ervaringscomponenten eruit dreigen te puilen. En het gehele proces van “corset-trekken” bestaat er dan ook in te komen tot de kunst van “beter-door-minder” en walgt van het “meer-waardoor-minder”. De haiku staat of valt bij haar essentie !

Toen men Issan, een Westere Zen-meester vroeg wat het wezenlijke van de zen-kunst was, antwoordde hij heel kort:” Niets teveel !”.

Dit proces is als het slijpen van een ruwe diamant waarbij alle onzuiverheden worden weggeveild tot je een zuivere steen overhoudt waardoor je er ook helder door kunt kijken en waarbij de diamant nu een gehele nieuwe wereld opent en openbaart omdat hij nu doorzichtig en helder geworden is waar hij voordien ondoorzichtig en troebel was. Je ziet hoe ik hier verval in herhalingen.

hoe doodeenvoudig
verscheen vandaag de lente:
een zachtblauwe lucht
(Issa)

Photo taken during Santiago de Compostela Pilgrimage 2007

Haiku’s zijn m.a.w. kristallen van raadsels, uitdrukkingen van deze mysteries en verwonderingen die men in het dagdagelijkse leven tegenkomt. En waar het mysterie dient verwoord, doet men er beter aan het zwijgen te behouden of de mond halfopen te houden in een toestand van stilmakende verwondering. Als er dan al woorden uitvallen, zijn het er maar weinige … maar wel veelzeggende en uiteindelijk niet-verklarende. Het mysterie, dat het leven uiteindelijk is, kan immers niet verklaard worden maar slechts aangeduid met wauwelende woorden  in een poging om iets van deze verwondering door te geven aan de lezer.

Hoe deze pers- of versvorm nu ontstaan is, is bijzaak. Laat het volstaan hier te wijzen op de Japanse evolutie doorheen de eeuwen heen die tenslotte uitmondde in deze vorm van corsettage waardoor men steeds gedwongen blijft door te stoten tot het essentiële en aan bijkomstige dingen voorbij moet gaan om geen afbreuk te doen aan het mysterie.
Laat het ook volstaan hieraan toe te voegen dat deze walging voor een teveel aan woorden oorspronkelijk voortspruit uit het Zen-Boeddhisme dat actie zonder meer beoogt en inhoudsloze woorden schuwt als de pest. Dit wil echter geenszins zeggen dat men in Zen woorden zonder meer schuwt. Ook in het verleden heeft men bv. haiku’s gebruikt als antwoord op het onverwoordbare.

Toen men Onitsura vroeg wat de betekenis van Zen was, antwoordde hij met een haiku:

daar staat in mijn tuin
een kleine camelia
zo wit te bloeien
(Onitsura)

En er wordt  beweerd dat Basho’s Zen-meester, Butcho, hem als leerling aannam, nadat hij deze haiku had gelezen en Basho prees omwille van het realisme ervan.

roze hibiscus
in bloei langs de landweg ! maar
mijn paard at hem op
(Basho)

Je zou dus kunnen zeggen dat het uiteindelijke oogmerk van de haiku erin bestaat alleen het merg aan de lezer te geven waarbij de lezer weinig of geen ruimte wordt gelaten voor fantasie, associëren of fantaseren. De haiku geeft alleen maar “dat wat is” weer !

elf ridders rijden
door een snijdende sneeuwstorm
geen wendt het hoofd af
(Shiki)

Tegelijkertijd zou je met evenveel recht kunnen stellen dat de dichter de lezer genoeg ruimte laat tot associëren en fantaseren. De kunst van de haiku-schrijver bestaat er dan ook in een ketting van associaties teweeg te brengen d.m.v. een minimum aan woorden of beter gesteld een gehele belevingswereld tevoorschijn te toveren door één woord uit te spreken. De volgende haiku van Basho, geschreven ergens hoog in de bergen bij een bekend Middeleeuws Japans slagveld, illustreert dit:

gras van de zomer !
van dappere krijgsmansdromen
blijft dit slechts over
(Basho)

In dit tevoorschijn toveren van een gehele belevingssituatie, imaginair of herinneringsmatig, tracht de dichter de lezer dichter te krijgen bij de inhoud van de haiku. Of anders uitgedrukt, tracht de haiku-dichter de lezer in het hier-en-nu te trekken van de haiku of het toen-en-dan van de haiku naar hier-en-nu te trekken alsof zich nu voor de ogen van de lezer afspeelt wat er toen te gewaarworden (te horen, voelen, ruiken, denken, zien, enz…) viel.
Als je dus leest met de juiste instelling is het alsof je tegelijkertijd meekijkt, meeluistert, meevoelt, meedenkt, mee-ontdekt, enz… samen met de dichter, alsof je vanachter zijn rug meekijkt terwijl hij de haiku opschrijft.


al schrijvend moet ik
erkennen dat ook deze
zinnen niet deugen


Al lezend moet je inderdaad toegeven dat de inhoud van deze haiku maar povertjes is. Maar dat wordt dan ook juist beweerd. Dus al lezend word je ogenblikkelijk met dit feit geconfronteerd. Het hier-en-nu kan niet hierer-en-nuer zijn.

Bovendien staat deze haiku hier ook voor een meer zinnige reden. Sommige lezers die reeds vertrouwd zijn met haiku’s, zouden mogelijks weleens de gedachte kunnen hebben dat de vorige haiku hier ten onrechte in vermeld werd omdat zij het etiket “haiku” niet op haar label kan en mag schrijven. Het is juist dat Japanners een gedicht als haiku erkennen wanneer de inhoud natuurbeschrijvingen aanraakt en wanneer men uit één van de zinnen (technisch doorgaans de eerste) het seizoen kan uithalen.

Japanners, uitgekiend als ze zijn, maken nog andere classificaties die ik hier eventjes wil aanstippen. Zo is, diagnostisch gesproken, de volgende haiku een senryu. Een senryu is spottend of, in meer moderne termen, een cartoon in versvorm.

deze zen-priester
- hoever is zijn verlichting ? –
begint te sparen
(anoniem)

Aangezien het kwetsende of spottende voor niet-zennisten vrij moeilijk te begrijpen valt, geven we hier toch een ander voorbeeld dat door vrijwel iedereen ogenblikkelijk begrepen wordt:

stapelende wolken
ik moet het wel begrijpen
hoe klein mijn liefde is
                                                              (anoniem)

Ikzelf heb me geen enkel corset willen aanmeten dat mijn adem zou kunnen afsnijden, tenzij de maten 5-7-5. Hier en daar zul je tellend een kleine variant vinden (5-8-5 of 5-7-6). Deze varianten zijn uitzonderlijk en bevestigen de regel. Het corset moet niet altijd dichtgesnoerd worden en dichterlijke vrijheid is … soms gemakkelijk.

Haiku’s kunnen lezen is op zich een kunst. De vergelijking met een sommelier en het proeven van wijn dringt zich hier op. Of je proeft maar raak zoals een drinkeboer die niet meer proeft wat hij naar binnenzwelgt. Of je bent een fijnproever die een kleine hoeveelheid van het goddelijke vocht op de tong laat gedijen en tracht er zo lang en zo intens mogelijk van te genieten. De fijnproever ziet het goddelijke drankje dan ook als een pissend engeltje dat zich eventjes op de tong nestelt. De drinkeboer van zijn kant ziet de goddelijke drank als een openstaande kraan van een biervat dat de tong geeneens beroert maar rechtstreeks het keelgat induikelt.

Haiku’s zijn pissende engeltjes … maar ze hebben gedaan met pissen vóór je het beseft. Vóór je begint met er één te lezen, ligt het al achter de rug. Nauwelijks aangevat met lezen, is het lezen al gedaan.

haiku’s zijn dropjes:
ze smaken zoet in de geest
en zijn té snel op

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Japanners steeds de gewoonte hebben een nieuwe haiku tweemaal vlak achter elkaar te lezen om de geest de kans te geven na het eerste oppervlakkige lezen de tweede maal alles eruit te puren wat erin zit. Met diezelfde open geest zul je merken dat het herlezen van diezelfde regels bijkomende of andere betekenissen oproept die de eerste maal over het hoofd gezien werden.

Laat staan dat we het zouden hebben over de hongerende dorst naar zwelgen waardoor je ze allemaal in één ruk uitleest. Dit boekje heeft immers geen doel. “Het” is niet te zoeken in of op het einde van dit boekje. “Het” is te vinden op elke bladzijde, bij elke haiku als stiltemoment van genieten, mysterie, verwondering, overpeinzing, enz… Lees ze daarom ook beperkt tot hoogstens een paar of een reeks per dag. Lees het van voor naar achter, van achter naar voor, van midden naar begin, van midden naar einde, van boven naar onder, van onder naar boven, van telkens nieuwe naar telkens de reeds gelezene. Hoe je ook leest, ondersteboven of binnenstebuiten, doet er niet. Als je het maar doet als fijnproever.

Een haiku, hoewel de Japanse betekenis hiervan zonder meer “versvorm” is, zou je uit elkaar kunnen trekken en dan krijg je twee woordjes: “hai” en “ku”. In het Nederlands vertaald klinkt het dan als “dag koe”.
“Hai” is de Japanse uitroep voor “ja” en “ku” wordt steeds vertaald als “leegte”. Haiku is dus “ja-leegte” of het verwelkomen en uitnodigen van de leegte. En wel die leegte die door en danzkij de dingen verschijnt. Nu is dit een taalkundige vondst waar ik mijn hand (en zeker niet mijn linkerhand want ik ben linkshandig) geenszins voor in het vuur wil leggen, maar ik vond het zelf mooi gevonden omdat het verwijst naar één van de meest raadselachtige paradoxen dat “leegte vorm is en vorm leegte”. Een variant hiervan is dat het wonderlijke niet in het bijzondere ligt maar in het alledaagse.

De meeste haiku’s werden geschreven in 1991-1992 maar overspannen nu reeds 11 jaar. Ze vormen een selectie en werden gegroepeerd rond een bepaald thema. Normaliter worden haiku’s gegroepeerd volgens seizoen. U weet wel: lente, zomer, herfst en winter en oorspronkelijk dacht ik eraan een vijfde, de “seizoenlozen” toe te voegen. Maar dan zou ik helemaal niet aan 108 titels kunnen komen. Vandaar de mogelijks voor jou warrige en chaotische indeling maar ik hoop dat de indigestie bij gulzig lezen hierdoor vertienvoudigd wordt.

Haiku-dichten is iets wat iedereen kan. Het veronderstelt in het begin gewoon proberen en vertrouwd raken met het tellen van lettergrepen. En zoals alle kunst vergt het doorgezette oefening. Je kunt het op elk moment doen en zeker wanneer je je in de natuur bevindt of zich iets opmerkelijks voordoet. En opmerkelijks hoeft  niks speciaals te zijn. Het is immers gewoon dat wat je opmerkt.

Op sommige ogenblikken zul je opmerken dat haiku’s je geest binnendwarrelen of dat een idee omtrent een haiku opduikt waar je dan aan moet sleutelen. Soms heel veel sleutelen, soms is het direct raak en klaar. Mijn overtuiging is het dat het de Grote Geest (de Manitou van het Boeddhisme of de Heilige Geest van het Christendom) is die onze gedachten ingeeft. De Advaita (een stroming in het Hindouïsme) stelt zelfs expliciet dat het het ego is dat zich het denken toeëigent terwijl het denken zichzelf denkt (hoezeer we ook mogen denken dat we zelf denken) en we niets anders kunnen denken dan wat we denken. Bij het schrijven van haiku’s en deze gedichten heb ik meermaals meegemaakt dat de woorden zich vanzelf aandienden. Uiteindelijk zijn mijn mijn gedachten niet mijn gedachten en behoren ze de mensheid toe.

Tot slot kan ik hier alleen nog maar zeggen dat, als de haiku uiteindelijk dan toch een punt van stilte is in het voorstromende hier-en-nu, laat me, dit principe indachtig, dan nu ook zwijgen om de haiku’s voor zichzelf te laten spreken in plaats van voort te blijven wauwelen.

Sunday, May 29, 2011

Herinnering - Memory

weggestoken herinnering duikt op
aan lang geleden
maar verleden kent geen tijd
dertig jaar is als gisteren
niet meer

niet meer maar ook niet minder

hoe kan de tijd overstegen worden
en gisteren vandaag worden ?
volledig opgaand in de herinnering
wordt verleden heden
wie durft er te beweren
dat deze herinnering niet-nu is?

photo taken in the japanese garden of Hasselt - 2008

forgotten memory emerges
from long ago
but past doesn't know time
thirty years ago is just yesterday
not anymore

not more but neither less

how can time be transcended
and yesterday become today?
totally absorbed in memories
past becomes here and now

who dares to claim
that this memory is not-now?

Wednesday, April 13, 2011

Zen en non-dualiteit (Dutch only)

In december 2010 schreef ik een artikel over zen voor het tijdschrift "inzicht" 

Binnen de zentraditie beschouwt men de dood
van het ik, wu-wei, shikantaza (alleen maar zitten)
en de koanstudie als ingangspoorten tot
het non-duale. Haar bezegeling, tegelijkertijd
begin- en eindpunt, is de eerste zengelofte:
‘Hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik
beloof ze allen te bevrijden.’

Alle monotheïstische bewegingen beweren hetzelfde: er is maar één God. Oorspronkelijk was ‘God’ net als ‘Jahweh’een woord dat iets aangaf waar men geen enkel beeld of voorstelling van kon maken. Het was en is nog steeds een poging om het onbenoembare benoembaar te maken, het onbespreekbare bespreekbaar te maken, een klank te geven aan dat wat klanken overstijgt en aanwijsbaar te maken wat onaanwijsbaar is.

Zoals er maar één God is, zo is er ook maar één non-dualiteit. Zoals God geen tweede God naast zich duldt, zo duldt Eenheid geen onderscheid. Met andere woorden, de non-dualiteit van het soefisme is dezelfde als die van Advaita en zen.
Een metafoor die op dit gegeven van toepassing is, is die van de piramide waar aan de vier verschillende zijden mensen vanuit verschillende richtingen opklimmen. Op de top wordt duidelijk dat men allemaal op dezelfde plaats aankomt en dat het uitzicht adembenemend is. Anders gesteld: de smaak, het gewicht en de geur van non-dualiteit zijn qua beleving identiek, maar de specifieke inkleuring vindt altijd vanuit een specifieke cultureel-historische context plaats.
Desalniettemin is en blijft non-dualiteit non-dualiteit. De kaart is niet het landschap en de menukaart niet het menu.

De textuur van wu-wei

Terwijl je het bovenstaande las, las je de woorden en de betekenis zonder echt stil te staan bij ieder woord. Je bleef jezelf, en toch verloor je een stuk van jezelf in het lezen. Helemaal opgaan in het lezen is jezelf verliezen en opgaan in het hier en nu.

Wat is nu dit ‘jezelf’? Het is altijd reflectie, een bewustzijn van een ‘ik-configuratie’ die staat of valt met het al dan niet verkrijgen van signalen vanuit het lichaam en/of de geest. Zodra ik me bewust ben dat ik lees, spring ik uit het verhaal en is er een ik dat de  non-dualiteit opheft. Volledig uit het oog verliezen dat je aan het lezen bent en opgeslorpt worden door de woorden, zinnen en betekenissen, en hierbij ook tijd en ruimte letterlijk en figuurlijk uit het oog verliezen, is volledig opgaan in het hier en nu. In de zenliteratuur wordt dit ‘het wegvallen van lichaam en geest’ genoemd. Wat daaronder verstaan wordt is het volledig opgeslorpt worden door een activiteit.

Elke mate van egoverlies of verlies van zelfbewustzijn brengt ons dichter bij de oorspronkelijke non-dualiteit. Volledig opgeslorpt in het heden wordt het ik meegezogen in de activiteit. De activiteit ontplooit zichzelf volkomen ongewild, onbewust en op natuurlijke wijze. Niet de schilder schildert het schilderij, nee, het kunstwerk creëert zichzelf op autonome wijze (voor zover de kunstenaar er niet bewust tussenkomt).

Hier raken we aan de Japanse do’s (wegen), waarbij de beoefenaar een medium of doorgeefluik is van de kunstweg die zich vrijelijk wil uiten. In kendo neemt het zwaard het over, in de kalligrafie het penseel, in judo de spontane reflex. Het is het ongewild spontane dat de poort van complete vrijheid openhoudt en van het individu terughoudendheid en deemoed vereist. Kunstwerken zijn niet onze voortbrengsels, maar geschenken uit het Niets die dankzij ons gestalte krijgen.

Ware kunst zit verweven in de textuur van wu-wei (‘niet-handelen’), dat wordt gekenmerkt door de afwezigheid van elke wilsbetrachting. Zodra het ik of ego iets wil bewerkstelligen, is de tabula rasa al verminkt en bezoedeld.
Leegmaken en loslaten zijn hierbij grondvereisten, en het verdwijnen in de activiteit is het wezenskenmerk.
In dit verdwijnen lossen tijd en ruimte op en verkrijgt een seconde het equivalent van de eeuwigheid. In de spontane ongewilde reactie opent de eeuwigheid zich en dringt  non-dualiteit binnen. Actor en activiteit zijn één en niet meer te onderscheiden. De danser gaat volledig op in de dans en de dans danst zichzelf.

De lege cirkel

In de zenkoanstudie kan een spontane reactie een smaak of geur van non-dualiteit verkrijgen. In de vergeefse pogingen van de zenleerling, tijdens de dagelijkse persoonlijke ontmoetingen met de zenleraar, om een juist antwoord te geven op ogenschijnlijk zinloze vragen als ‘hoe realiseer je Boeddhaschap op het ogenblik dat je sterft?’, dringt zich plots een antwoord (reactie) op dat op natuurlijke wijze, dus zonder bijgedachte, uit het Niets ontspringt. De zenkoanbeoefenaar hoeft alleen maar ‘uit de weg te gaan’, opdat de koan zich van binnenuit een weg kan banen naar bewustwording.

Kensho- en satori-ervaringen zijn per definitie religieuze ervaringen, waarbij het individu gedeeltelijk (kensho) of volledig (satori) inzicht in de eigen natuur verkrijgt. Religieus stamt taalkundig van het Latijnse werkwoord ‘re-ligare’ af en betekent letterlijk ‘terug verbinden’. In deze religieuze ervaringen versmelten ik en niet-ik zodanig dat het individu de ervaring heef binnenstebuiten gekeerd te worden. Al wat buiten is, wordt gezien als niet verschillend van mezelf.

Ik word de bloem die ik zie, de geur die ik ruik. Ik en de wereld staan dan in een dermate intieme verhouding tot elkaar dat ik de kosmos ben (niet word!) en de kosmos mezelf. In zen wordt dit altijd symbolisch voorgesteld door de lege cirkel die ‘het al’ symboliseert, zonder dat er in het midden een punt of kern (ik) aanwezig is.



In essentie kun je dan niet meer van een relatie spreken. Het ik is immers verdwenen en er blijft alleen kosmos (of alles, of God) over. In zen spreekt men in dit verband over ‘de Grote Dood’ of ‘sterven aan het Ik’. Heb je dat eenmaal ervaren, dan verbleekt de angst voor de fysieke dood, omdat je geproefd hebt van de eeuwigheid en beseft dat je als Boeddhanatuur onverwoestbaar bent. In die ervaring ontspringt een overstelpende bron van mededogen voor al wat leeft en voor het leven zelf. De non-dualiteit van zen verkrijgt dan ook zijn bezegeling in de eerste gelofte van de bodhisattva (zeg maar zen-beoefenaar): ‘Hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik beloof ze allen te bevrijden.’ Zen non-dualiteit veruiterlijkt zich dus door mededogende (re)acties ten opzichte van zelfs het kleinste grasje en plantje.

Hiermee wordt ook aangegeven dat quiëtisme (tot rust komen) helemaal niet de doelstelling is van het bewandelen van het zenpad. Integendeel, het is stilzitten waardoor we nadien veel helderder kunnen zien wat we in de wereld kunnen doen. De zenkoan vraagt geen antwoord, maar wel een reactie. De zenweg vraagt geen verlichting, maar wel actie. 


Momenten van Genade

Hoe zit dat dan met het zen-zitten? Shikantaza (alleen maar zitten om te zitten) lijkt juist het tegenovergestelde
te zijn van wat hierboven werd aangegeven. Die paradox lijkt te worden opgelost met de uitspraak ‘Het stilzitten
is de veruiterlijking van de verlichting’. Je zou dit kunnen parafraseren als ‘Stilzittend mediteren is de veruiterlijking van non-dualiteit’. Het stilzitten op zich is een antwoord op de fundamentele vraag van Hisamatsu: “Als alles wat je doet er niet toe doet, wat ga je dan doen?” Als alles wat ik doe er niet toe doet, hoef ik misschien alleen maar stil te zitten. Vanuit dat perspectief is stilzitten niets anders dan ‘zijn’, terwijl doen verbonden is aan ‘worden’. Stilzitten is dan alleen maar ‘aantonen’ dat we er al zijn en niet hoeven te worden.

We zijn zelf non-dualiteit. Het is er al voordat we het zoeken. We zijn als mensen die bang zijn te stikken terwijl we baden in lucht. Het is juist het zoeken dat het verzinken erin verhindert. Het overvalt je en je kunt het niet bewerkstelligen.
Het zijn momenten van Genade. Of je ze al dan niet hebt meegemaakt, maakt niet uit. Jij gaat niet het religieuze pad op, nee, het religieuze pad roept jou. Diep van binnen zit een intuïtief weten dat een uitweg zoekt. Diep van binnen roept de non-dualiteit naar zichzelf. Stilzitten is het zoeken opgeven. Maar laat ons ook eerlijk zijn, voor elke beoefenaar is het een voortdurende worsteling en op het scherp van de snede balanceren tussen zijn en worden. Het is erkennen dat je zelf niets kunt bewerkstelligen en alleen maar kunt wachten. Het is wachten op wat misschien nooit zal komen, maar de aanvankelijke ik-gerichtheid zal door de jaren heen ongemerkt overgaan in een gerichtheid op al het andere en de anderen.
Vanuit een ander perspectief maakt dit stilzitten zichtbaar dat je volledig vertrouwen hebt in dit wonderlijke leven. Als we ons kunnen overgeven aan het stilzitten zelf, zwemmen we in het bad van ‘zijn’. Er hoeft niets meer, alleen maar stilzitten en zijn. Uitgedrukt in een bekende zen-haiku: 

Alleen maar stilzitten
Het gras wordt groener
De lente komt vanzelf.

Wanneer er alleen maar zitten overblijft en de zitter verdwijnt, verdampen we in de non-dualiteit. Maar als we
met dit stilzitten geen vrede kunnen hebben, beginnen we te worstelen en brengen we een scheiding aan tussen
stilzitten en onszelf. De paradox van degene die niet kan zwemmen is dat zijn pogingen om niet te verdrinken juist de verdrinking bewerkstelligen. Maar als de niet-zwemmer zich in vol vertrouwen kan overgeven aan zijn onvermogen, dan wordt hij door het water gedragen. Hij drijft zonder iets te hoeven doen. Elke verkramping daarentegen brengt hem in gevaar.

Logica ontmaskerd

Laat ik hier nogmaals benadrukken dat zen zelf beweert dat de zenweg breed is en alles omvat. Daarom zijn alle activiteiten (lezen, wandelen, koken, schrijven, enzovoorts) evenwaardige poorten naar de non-dualiteit. Zenmeditatie is dan ook per definitie niet beter of slechter dan fietsen of vissen. Nog anders gesteld zou het antwoord op Hisamatsu’s vraag: “Als alles wat je doet er niet toe doet, wat ga je dan doen?” kunnen zijn: ‘Ik kan niet anders. Hier zit ik dan.’ In dichtvorm kan dat (in mijn geval) ook als volgt geformuleerd worden:

Doorbraak

de begrenzing viel weg

als de bodem uit een kom
tijd hield op
ruimte verdween
in die onherroepelijke onmetelijkheid
van ruimte-tijd       
ontmoetten
het beginloze begin
en het eindeloze einde
elkaar als oude vrienden
en lachten ze het hele bestaan toe
hier barstte de taal
en werd logica ontmaskerd
als de dief
van onze wezenlijke onbegrensdheid
alles werd doordrenkt
van gedachteoverschrijdend inzicht
sindsdien brandt een vraag in mijn hart
“Waar gaat het heen?”
nu na ontelbare jaren is mijn antwoord
“Wat zal ik vandaag doen?”
Mijn vraag aan jou is: “Wat kun Jij doen?” 

Tuesday, April 5, 2011

Een korte biografie - A short biography

Deze korte biografie heb ik in april 2009 geschreven als intro voor een spreekbeurt over zen bij het Ehipassiko Boeddhistisch Centrum Zurenborg (zie http://www.antwerpen-meditatie.be/).


Lijdend aan tuberculose heb ik als ontheemde 4-6 jarige Zwitserland maar vooral de natuur in al haar pracht mogen ontdekken. Dit heeft een onuitwisbare stempel op mijn wezen gedrukt. 



Foto genomen/Photo taken of Leysin (tuberculosis-sanatorium), Switserland 2008


Ook de jaren 60 en beginjaren 70 met hun horizontloze mogelijkheden hebben me diep beïnvloed met een paar spontane en onvermoede (religieuze) ervaringen die me bijna toevalligerwijze op het spirituele pad hebben geplaatst. Maar wat heet toeval?

De diepte van die ervaringen heb ik vergeefs gezocht in de psychologische wetenschappen en therapeutische scholingen.

Het is toevalligerwijze bij het lezen van een boek over zen dat mijn vorige existentiële ervaringen zwart op wit uit het papier tevoorschijn sprongen. De keuze om die richting verder te bewandelen viel dan als een herfstblad bijna vanzelfsprekend.

Ik beoefen reeds drie decennia lang de Zen-weg en heb me ook afgekeerd van de Japanse zen-wegen zoals die in het Westen worden voorgeschoteld vooral wanneer men uiteindelijk meer oog heeft voor de rituelen dan voor het hart van de weg.

Ik voel me het meest verwant met de oude Ch'an-traditie met haar voorliefde voor de natuur én het ongedwongen spontane reageren (wu-wei of niet-handelen). Voor mij staat de ervaring uit eerste hand centraal en daarom keer ik me af van alle wetenschap of ervaringen uit tweede hand (boeken, getuigenissen, geruchten, beweringen, ...) en neem de fundamentele houding aan van onderzoekend niet-weten.

Het lijden in deze wereld is en blijft voor mij een mysterie en vormt de drijvende kracht die me dwingt om deze moeilijke zen-weg te blijven bewandelen.

Waar het zen-zitten aanvankelijk op mezelf gericht was, merk ik dat er onmerkbaar een ommekeer is ontstaan waarbij nu de andere het centrum uitmaakt. Ik voel me ook ontzettend gelukkig dat ik dit dagdagelijks in mijn professionele werk tot uitdrukking kan en mag brengen.
Meer en meer voel ik me ook aangetrokken tot expressie via haiku, gedichten, houtsculpturen, aquarellen, ... 

April 2009


-----------------------------------------------------------------------------------------------------



I wrote this short biography in april 2009. It’s an introduction to my speech about “zen” which I gave at the Ehipassiko Bouddhistic center Zurenborg (Antwerp) (see http://www.antwerpen-meditatie.be/).


Suffering from tuberculosis I had the chance as a displaced 4-6 years old child to discover the natural beauty in Switserland. This has left an indelible mark on my being. Also the years of the sixties and seventies with their horizonless possibilities have influenced me deeply with a few spontaneous and unexpected (religious) experiences that brought me almost by accident to the spiritual path. But what’s coincidence?

I could not find the depth of those experiences during my psychological studies at the university and therapeutic educations.

Just by accident while I was reading a book about zen that my previous existential experiences jumped out off the papers. The choice to follow the zen path fell as an autum leaf almost naturally and without any discussion.

Now I practice for three decades the zen path and I withdrew from the Japanese zen paths as they are practiced and presented here in the West. Especially when one emphasizes more the rituals than the heart of the Way.

I feel very closely related to the old Ch’an tradition with it’s predilection for nature in general and it’s emphasis on the spontaneous unconstrainted behavior (wu-wei or non-reacting).  For me first hand experience is without comparison and therefore I stay away from all science or experiences stemming from second hand (books, testimonials, rumours, statements, …) and adapted the fundamental approach of the investigating "don’t-know".

The suffering in this world is and stays as a mystery and is the driving force that forces me to walk this difficult zen path.

In the beginning  my zazen or sitting in meditation was completely self-oriented but now I see that invisibly there was a shift towards the other who stands now in the middle of my focus.
I feel very happy that I may express this in my daily professional life.

More and more I feel also attracted to expression by means of haiku, poems, wooden scultures, aquarels, …

April 2009