In december 2010 schreef ik een artikel over zen voor het tijdschrift "inzicht"
(zie http://www.inzicht.org/).
Binnen de zentraditie beschouwt men de dood
van het ik, wu-wei, shikantaza (alleen maar zitten)
en de koanstudie als ingangspoorten tot
het non-duale. Haar bezegeling, tegelijkertijd
begin- en eindpunt, is de eerste zengelofte:
‘Hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik
beloof ze allen te bevrijden.’
Alle monotheïstische bewegingen beweren hetzelfde: er is maar één God. Oorspronkelijk was ‘God’ net als ‘Jahweh’een woord dat iets aangaf waar men geen enkel beeld of voorstelling van kon maken. Het was en is nog steeds een poging om het onbenoembare benoembaar te maken, het onbespreekbare bespreekbaar te maken, een klank te geven aan dat wat klanken overstijgt en aanwijsbaar te maken wat onaanwijsbaar is.
Zoals er maar één God is, zo is er ook maar één non-dualiteit. Zoals God geen tweede God naast zich duldt, zo duldt Eenheid geen onderscheid. Met andere woorden, de non-dualiteit van het soefisme is dezelfde als die van Advaita en zen.
Een metafoor die op dit gegeven van toepassing is, is die van de piramide waar aan de vier verschillende zijden mensen vanuit verschillende richtingen opklimmen. Op de top wordt duidelijk dat men allemaal op dezelfde plaats aankomt en dat het uitzicht adembenemend is. Anders gesteld: de smaak, het gewicht en de geur van non-dualiteit zijn qua beleving identiek, maar de specifieke inkleuring vindt altijd vanuit een specifieke cultureel-historische context plaats.
Desalniettemin is en blijft non-dualiteit non-dualiteit. De kaart is niet het landschap en de menukaart niet het menu.
De textuur van wu-wei
Terwijl je het bovenstaande las, las je de woorden en de betekenis zonder echt stil te staan bij ieder woord. Je bleef jezelf, en toch verloor je een stuk van jezelf in het lezen. Helemaal opgaan in het lezen is jezelf verliezen en opgaan in het hier en nu.
Wat is nu dit ‘jezelf’? Het is altijd reflectie, een bewustzijn van een ‘ik-configuratie’ die staat of valt met het al dan niet verkrijgen van signalen vanuit het lichaam en/of de geest. Zodra ik me bewust ben dat ik lees, spring ik uit het verhaal en is er een ik dat de non-dualiteit opheft. Volledig uit het oog verliezen dat je aan het lezen bent en opgeslorpt worden door de woorden, zinnen en betekenissen, en hierbij ook tijd en ruimte letterlijk en figuurlijk uit het oog verliezen, is volledig opgaan in het hier en nu. In de zenliteratuur wordt dit ‘het wegvallen van lichaam en geest’ genoemd. Wat daaronder verstaan wordt is het volledig opgeslorpt worden door een activiteit.
Elke mate van egoverlies of verlies van zelfbewustzijn brengt ons dichter bij de oorspronkelijke non-dualiteit. Volledig opgeslorpt in het heden wordt het ik meegezogen in de activiteit. De activiteit ontplooit zichzelf volkomen ongewild, onbewust en op natuurlijke wijze. Niet de schilder schildert het schilderij, nee, het kunstwerk creëert zichzelf op autonome wijze (voor zover de kunstenaar er niet bewust tussenkomt).
Hier raken we aan de Japanse do’s (wegen), waarbij de beoefenaar een medium of doorgeefluik is van de kunstweg die zich vrijelijk wil uiten. In kendo neemt het zwaard het over, in de kalligrafie het penseel, in judo de spontane reflex. Het is het ongewild spontane dat de poort van complete vrijheid openhoudt en van het individu terughoudendheid en deemoed vereist. Kunstwerken zijn niet onze voortbrengsels, maar geschenken uit het Niets die dankzij ons gestalte krijgen.
Ware kunst zit verweven in de textuur van wu-wei (‘niet-handelen’), dat wordt gekenmerkt door de afwezigheid van elke wilsbetrachting. Zodra het ik of ego iets wil bewerkstelligen, is de tabula rasa al verminkt en bezoedeld.
Leegmaken en loslaten zijn hierbij grondvereisten, en het verdwijnen in de activiteit is het wezenskenmerk.
In dit verdwijnen lossen tijd en ruimte op en verkrijgt een seconde het equivalent van de eeuwigheid. In de spontane ongewilde reactie opent de eeuwigheid zich en dringt non-dualiteit binnen. Actor en activiteit zijn één en niet meer te onderscheiden. De danser gaat volledig op in de dans en de dans danst zichzelf.
De lege cirkel
In de zenkoanstudie kan een spontane reactie een smaak of geur van non-dualiteit verkrijgen. In de vergeefse pogingen van de zenleerling, tijdens de dagelijkse persoonlijke ontmoetingen met de zenleraar, om een juist antwoord te geven op ogenschijnlijk zinloze vragen als ‘hoe realiseer je Boeddhaschap op het ogenblik dat je sterft?’, dringt zich plots een antwoord (reactie) op dat op natuurlijke wijze, dus zonder bijgedachte, uit het Niets ontspringt. De zenkoanbeoefenaar hoeft alleen maar ‘uit de weg te gaan’, opdat de koan zich van binnenuit een weg kan banen naar bewustwording.
Kensho- en satori-ervaringen zijn per definitie religieuze ervaringen, waarbij het individu gedeeltelijk (kensho) of volledig (satori) inzicht in de eigen natuur verkrijgt. Religieus stamt taalkundig van het Latijnse werkwoord ‘re-ligare’ af en betekent letterlijk ‘terug verbinden’. In deze religieuze ervaringen versmelten ik en niet-ik zodanig dat het individu de ervaring heef binnenstebuiten gekeerd te worden. Al wat buiten is, wordt gezien als niet verschillend van mezelf.
Ik word de bloem die ik zie, de geur die ik ruik. Ik en de wereld staan dan in een dermate intieme verhouding tot elkaar dat ik de kosmos ben (niet word!) en de kosmos mezelf. In zen wordt dit altijd symbolisch voorgesteld door de lege cirkel die ‘het al’ symboliseert, zonder dat er in het midden een punt of kern (ik) aanwezig is.
In essentie kun je dan niet meer van een relatie spreken. Het ik is immers verdwenen en er blijft alleen kosmos (of alles, of God) over. In zen spreekt men in dit verband over ‘de Grote Dood’ of ‘sterven aan het Ik’. Heb je dat eenmaal ervaren, dan verbleekt de angst voor de fysieke dood, omdat je geproefd hebt van de eeuwigheid en beseft dat je als Boeddhanatuur onverwoestbaar bent. In die ervaring ontspringt een overstelpende bron van mededogen voor al wat leeft en voor het leven zelf. De non-dualiteit van zen verkrijgt dan ook zijn bezegeling in de eerste gelofte van de bodhisattva (zeg maar zen-beoefenaar): ‘Hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik beloof ze allen te bevrijden.’ Zen non-dualiteit veruiterlijkt zich dus door mededogende (re)acties ten opzichte van zelfs het kleinste grasje en plantje.
Momenten van Genade
Hoe zit dat dan met het zen-zitten? Shikantaza (alleen maar zitten om te zitten) lijkt juist het tegenovergestelde
te zijn van wat hierboven werd aangegeven. Die paradox lijkt te worden opgelost met de uitspraak ‘Het stilzitten
is de veruiterlijking van de verlichting’. Je zou dit kunnen parafraseren als ‘Stilzittend mediteren is de veruiterlijking van non-dualiteit’. Het stilzitten op zich is een antwoord op de fundamentele vraag van Hisamatsu: “Als alles wat je doet er niet toe doet, wat ga je dan doen?” Als alles wat ik doe er niet toe doet, hoef ik misschien alleen maar stil te zitten. Vanuit dat perspectief is stilzitten niets anders dan ‘zijn’, terwijl doen verbonden is aan ‘worden’. Stilzitten is dan alleen maar ‘aantonen’ dat we er al zijn en niet hoeven te worden.
We zijn zelf non-dualiteit. Het is er al voordat we het zoeken. We zijn als mensen die bang zijn te stikken terwijl we baden in lucht. Het is juist het zoeken dat het verzinken erin verhindert. Het overvalt je en je kunt het niet bewerkstelligen.
Het zijn momenten van Genade. Of je ze al dan niet hebt meegemaakt, maakt niet uit. Jij gaat niet het religieuze pad op, nee, het religieuze pad roept jou. Diep van binnen zit een intuïtief weten dat een uitweg zoekt. Diep van binnen roept de non-dualiteit naar zichzelf. Stilzitten is het zoeken opgeven. Maar laat ons ook eerlijk zijn, voor elke beoefenaar is het een voortdurende worsteling en op het scherp van de snede balanceren tussen zijn en worden. Het is erkennen dat je zelf niets kunt bewerkstelligen en alleen maar kunt wachten. Het is wachten op wat misschien nooit zal komen, maar de aanvankelijke ik-gerichtheid zal door de jaren heen ongemerkt overgaan in een gerichtheid op al het andere en de anderen.
Vanuit een ander perspectief maakt dit stilzitten zichtbaar dat je volledig vertrouwen hebt in dit wonderlijke leven. Als we ons kunnen overgeven aan het stilzitten zelf, zwemmen we in het bad van ‘zijn’. Er hoeft niets meer, alleen maar stilzitten en zijn. Uitgedrukt in een bekende zen-haiku:
Alleen maar stilzitten
Het gras wordt groener
De lente komt vanzelf.
Wanneer er alleen maar zitten overblijft en de zitter verdwijnt, verdampen we in de non-dualiteit. Maar als we
met dit stilzitten geen vrede kunnen hebben, beginnen we te worstelen en brengen we een scheiding aan tussen
stilzitten en onszelf. De paradox van degene die niet kan zwemmen is dat zijn pogingen om niet te verdrinken juist de verdrinking bewerkstelligen. Maar als de niet-zwemmer zich in vol vertrouwen kan overgeven aan zijn onvermogen, dan wordt hij door het water gedragen. Hij drijft zonder iets te hoeven doen. Elke verkramping daarentegen brengt hem in gevaar.
Logica ontmaskerd
Laat ik hier nogmaals benadrukken dat zen zelf beweert dat de zenweg breed is en alles omvat. Daarom zijn alle activiteiten (lezen, wandelen, koken, schrijven, enzovoorts) evenwaardige poorten naar de non-dualiteit. Zenmeditatie is dan ook per definitie niet beter of slechter dan fietsen of vissen. Nog anders gesteld zou het antwoord op Hisamatsu’s vraag: “Als alles wat je doet er niet toe doet, wat ga je dan doen?” kunnen zijn: ‘Ik kan niet anders. Hier zit ik dan.’ In dichtvorm kan dat (in mijn geval) ook als volgt geformuleerd worden:
Doorbraak
de begrenzing viel weg
als de bodem uit een kom
tijd hield op
ruimte verdween
in die onherroepelijke onmetelijkheid
van ruimte-tijd
ontmoetten
het beginloze begin
en het eindeloze einde
elkaar als oude vrienden
en lachten ze het hele bestaan toe
hier barstte de taal
en werd logica ontmaskerd
als de dief
van onze wezenlijke onbegrensdheid
alles werd doordrenkt
van gedachteoverschrijdend inzicht
sindsdien brandt een vraag in mijn hart
“Waar gaat het heen?”
nu na ontelbare jaren is mijn antwoord
“Wat zal ik vandaag doen?”
Mijn vraag aan jou is: “Wat kun Jij doen?”
No comments:
Post a Comment