Van tijd tot tijd schrijf ik een recensie over een zen-boek voor het tijdschrift "inzicht" (zie
http://www.inzicht.org/). Vandaag heb ik er één aangemaakt over "De Poortloze Poort" van Yamada Koun, vertaald uit het Engels.
De “Mumonkan” is één van de koan-standaardwerken binnen het Zen-Boeddhisme naast de andere bekende “Hekiganroku”. Vertaald betekent de titel “Mumonkan” de “Poortloze Poort”. Een paradoxale titel die soms ook (en m.i. beter) vertaald wordt als de “Poortloze Muur”.
Het woord “koan” is de Japanse verbastering van het oorspronkelijke Chinese woord “gōng'àn” en betekent “openbaar document”. Het omvat een verhaal, dialoog, vraag of bewering waarvan de mening niet door middel van het rationele verstand kan begrepen worden maar alleen via intuïtie kan doorgrond worden. Een voorbeeld hiervan is de beroemde koan van Hakuin:”Twee handen geven een klappend geluid. Toon mij het geluid van één klappende hand.”
Of de beroemde Mu-koan als antwoord op de vraag van een zen-leerling:”Heeft een hond ook de Boeddha-natuur?”, met het laconieke antwoord van de zen-meester:”Mu!” Deze koan is trouwens de eerste in een rij van 48 koans die in het begin van de 13de eeuw door de Chinese Ch’an meester Wumen Hui-k’ai werden verzameld en door hem van commentaar werden voorzien. De titel van het werk verwijst naar de schrijver (waar de Chinese oorspronkelijke naam “Wumen” in het Japans weer verbasterd werd tot “Mumon”).
Zen-leerlingen krijgen deze verzameling van koans voor hun kiezen en dienen deze op te lossen tijdens hun meditaties en ook voornamelijk tijdens de individuele gesprekken met de zen-meester (dokusan).
Het is een hele uitdaging om een dergelijk oud geschrift wat bevattelijker te maken voor de huidige lezer. Het boek bevat een inleiding van de hand van Enomiya-Lassalle en een uiteenzetting over de eerste Engelse uitgave van de hand van Maezumi Roshi. Deze uiteenzetting geeft een korte en heldere historische schets omtrent Koun Roshi die dit boek heeft voorzien van zijn inzichten en commentaren. Koun Roshi is niet één van de minsten. Hij is de stichter van de huidige Sanbo Kyodan zen-richting met vertakkingen over de gehele wereld.
Elk oorspronkelijke Chinese ch’an-tekst wordt direct opgevolgd door een toespraak van Koun Roshi die hij tijdens zen-retraîtes gaf op diverse continenten. Een toespraak (teisho) is een eerder formeel onderdeel van een intensieve zen-retraîte waarbij de zen-leraar poogt, in dit geval, een koan te verhelderen terwijl de leerlingen in meditatiehouding luisteren.
In de toespraken merk je ogenblikkelijk de ongedwongen stijl en tussen de lijnen door voel je de kracht van Koun om zijn aanhoorders te motiveren om “alles te geven” tijdens het mediteren. Ze verduidelijken ook werkelijk de betekenis en inhoud van de koan en wijzen accuraat de richting aan waar de leerling moet zoeken.
In deze zin is dit een uitmuntend boek voor zen-beoefenaars die met de Wumen-koans bezig zijn. De oorspronkelijke teksten zijn in hun geheel behouden en vormen op zich een kluis van paradoxale zen-uitspraken die zonder meer als werelderfgoed opgenomen mogen worden in de schatkamer van de menselijke ontwikkeling.
Voor een niet-zen-beoefenaar fungeert het als een doorkijkluik waardoor men toch wat meer voeling krijgt met wat een koan in wezen is en hoe zen-toespraken klinken. Hopelijk ontwaart de zen-oningewijde de kracht, helderheid en onwankelbare zekerheid van waaruit Koun spreekt. In die zin is dit boek een verhelderend verhaal voor iemand die het raadselachtige en non-sensicale van de gehele koan-praktijk wil doorgronden. Ook de 20 blz. tellende appendix “de geschiedenis van de koanbeoefening” draagt hierbij wezenlijk toe.
Het is evenwel niet een boek (en kan het ook nooit worden) waar je bladzijde na bladzijde doorleest. Voor de zen-beoefenaar wordt elke koan als “een haastig ingeslikte roodgloeiende ijzeren bal die je – vergeefs – weer probeert uit te braken”. De beoefenaar kan het dan ook alleen maar als aanmoediging en bemoedigende vingerwijzing mondjesmaat gebruiken. Elke koan-beoefenaar zou dit standaardwerk in zijn boekenkast moeten hebben.
-------------------------------------------------------------------
From time to time I write a review of a zen book. Today I wrote a review on the "Gateless Gate", translated into Dutch for the Dutch magazine "Inzicht" (meaning "insight") (see http://www.inzicht.org/).
The "Mumonkan" is one of the koan standard works within zen buddhism besides the well known "Hekiganroku". When we translate the title "Mumonkan" then we obtain the meaning of "the Gateless Gate". This is a paradoxical title which could be translated (and according to me even better) into "the Gateless Wall".
The word "koan" is a Japanese degeneration of the original Chinese word "gong an" which means "public document". It embodies a story, dialogue, question or statement, the meaning of which cannot be understood by rational thinking but may be accessible through intuition. An example is the famous koan of Hakuin:"Two hands give a clapping sound. Show me the sound of one clapping hand."
Or the famous Mu-koan as answer to a question from a zen-pupil:" Has a dog Buddha-nature?", with a laconic answer of the zen-master:"Mu!" This koan is in itself the first of 48 koans, assembled in the beginning of the 13th century by the Chinese Ch'an master Wumen Hui-k'ai and provided with commentaries. The title of this work refers to the writer (the original Chinese name "Wumen" was degenerated in Japanese into "Mumon").
Zen-pupils go though this collection of koans and are instructed to resolve them during their meditations and not least during the individual intercourses they have with their zen-master (dokusan).
It is a huge challenge to make such an old book more comprehensive to the current reader. The book embodies an introduction by Enomiya-Lassalle and an exposition from Maezumi Roshi. Maezumi gives a short and clear historical sketch about the biography of Koun Roshi who added his insights and commentaries. Koun roshi is not a small guy. He is the former of the current Sanbo Kyodan zen-"division" with branches all over the world.
Each original Chinese text is accompanied with a speech of Koun Roshi, speeches given during zen retreats all over the world. A zen speech (teisho) is a more formal part of an intensive zen retreat where the zen master tries to clarify, in this case, the koan while the zen pupils are listening sitting in meditation posture.
In these speeches you sense immediately the unconstrained style and you feel, between the written lines, the force of Koun Roshi to motivate his audience to give up everything during meditation in order to break through. They elucidate de meaningfulness and content of the koan and point accurately the direction "where to look".
In this sense this book is an outstanding work for zen practitioners who are dealing with these Wumen-koans. The original texts are preserved entirely and form a safe of paradoxical zen expressions that, without more, may be included in the treasury of human development.
For a non-zen-practitioner this book is a see-through hatch enabling to obtain more acquintance about the koan in itself and how zen-speeches sound. Hopefully the zen illiterate will remark the force, clearness and unshakeable certainty as qualifications of Koun Roshi's speeches. In this sense is this book a revealing story for those who like to penetrate the enigmatic and nonsensical koan practice. The appendix of 20 pages entitled as "the history of the koan practice" attributes to this goal.
Nevertheless this is not a book (and it never can become one) where you read page after page. For the zen-practitioner every koan becomes a "hastily swallowed red hot iron ball one tries to vomit in vain". The practitioner can use this book as encouragement and ancouraging indication in a sparsely way. Every koan practitioner should possess this standard work in his library.