ondergronds voortkabbelend
tussen de plooien en kieren
van de dagdagelijkse gevoelsstromen
knaagt een ontroostbaar verdriet
als een guerillero
bijna onzichtbaar en onopgemerkt
het lijdend gelaat van een medemens
op TV
raakt mijn hart
omwille van aangedaan onrecht
machteloosheid giert door mijn bloed
heel mijn wezen komt in opstand
en kan slechts reageren
met opborrelend verdriet
dat zich zoekend een weg baant
en cultuurdrempels van “niet-mogen”
en “niet-kunnen”
moet overwinnen
tranen als stille vraagstellers
naar het waarom
als de hunkering van de ziel naar het goddelijke,
als de schreeuw naar het verloren gewaande,
als het verlangen naar beƫindiging van lijden,
als woede voor al het aangedane,
als een woordenloze noodkreet
en snikkend protest
tegen zoveel onrecht en onmacht
uiteindelijk is het niets anders dan
het barsten van mijn harde schaal
als gouden diamanten
kleuren ze mijn wangen
ik prijs mezelf nog gelukkig
dat ik nog de gave van het wenen bezit
omdat ik mijn ziel
niet begraven weet
onder gewenning
van onrecht, gruwel en geweld
in deze tijden lijken tranen zinloos
maar moge ze
de aarde raken en bij beken vloeien
en zo het verdriet wegspoelen
waar deze wereld
onder gebukt gaat
No comments:
Post a Comment