Hij nam de kleine gongklepel en gaf een zachte tik op het zwarte gongetje. Het zachte geluid kringelde doorheen de kluizenaarsruimte en stierf langzaam uit. Een wierookstokje gloeide nog net, zijn hoofd uitstekend boven het zand, waarin het rechtopgestoken ingegraven was in een eetkommetje. Ook de geur kringelde zichtbaar en zocht het rieten binnendak op zich ondertussen verspreidend in de ruimte om opgeslokt in de leegte onzichtbaar te veranderen in een frisse geur.
Hij boog zijn bovenlichaam naar voren, raakte met zijn voorhoofd de vloer, legde zijn handen naast zijn hoofd op de tatami, keerde de handpalmen om hemelwaarts en hief beide handpalmen boven zijn hoofd uit. Hij wist dat dit gebaar aangaf dat hij beide voeten van de Boeddha boven zijn hoofd optilde en zichzelf zo totaal onderwierp. Een gebaar dat totale overgave en zelfontlediging voorstelde.
Het uur stilzitten en zijn ontspannen concentratie op zijn lichaam en geest hadden tot effect dat hij al zijn lichaamscellen voelde vibreren. Het was alsof de rust in hemzelf was neergedaald en heel zijn lichaam opvulde en omhulde. Ja, dit was een gekend gevoel van diepe innerlijke rust en vrede dat meer en meer optrad na het mediteren. Ach, hij kon geen mens duidelijk maken wat mediteren is. Vanzodra hij het wou uitleggen, merkte hij dat hij het eigenlijk zelf niet wist. Hij antwoordde dan ook steevast met de woorden:"Ik weet het niet. Wat ik je wel kan vertellen is dat het alles kan zijn, zowel onrust als vrede als verveling als pijn als kwaadheid als verlangen als ... Sorry, maar een definitie kan ik je niet geven en wat het uiteindelijke doel is of aangeven wat de vruchten zijn die je kunt plukken na zo'n meditatie, bezorgen me hoofdbrekens." Zo schudde hij nieuwsgierige mensen die zijn kluizenaarshutje kwamen opzoeken van zich af.
En zeker de zoekers onder hen die van hem een meester wilden maken, ontmoedigde hij steeds met hen toe te vertrouwen dat hij hen niets te leren had en ze hier ook niets konden vinden, zeker geen meester. "Ik ben zelf een zoekende en als ik je zou aannemen als een leerling dan verhef ik mezelf tot eenoog die in het land der blinden koning is", antwoordde hij tot vervelens toe waarna hij zijn zin vervolledigde met de woorden:"Als zoekende kan ik je niet de weg wijzen en in dit kleine kluizenaarshutje is er geen plaats voor twee."
Doorgaans keerde hij zich dan om en gunde de bezoeker geen blik meer waard en ging verder met wat hij aan het doen was. Of het nu vissen was, of bessen plukken, of mediteren of eten of ... "Dat ze het zelf maar uitzoeken", dacht hij bij zichzelf. "Ik heb aan mezelf al meer dan genoeg. Er is zelfs teveel van mezelf. Kon ik mezelf maar volledig vergeten. Neen, zolang er nog één gram twijfel in mijn poriën verscholen zit, denk ik er niet aan om iemand de weg te wijzen".
Rensho stond van zijn meditatiekussen op en liet zijn blik over het maanovergoten landschap zwerven. De glinsterende besneeuwde bergtoppen triomfeerden in de nacht. Hij trok zijn gewatteerde katoenen bruine kimono wat dichter aan en ging op de kleine open en overdekte veranda staan. De lentenacht was fris en vlekken sneeuw werden afgewisseld door gras dat zich reikhalzend een weg sloeg doorheen de sneeuwlaag.
...
No comments:
Post a Comment